Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

21 Overige organisatiekosten

Grondslagen voor de toegerekende organisatiekosten

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur-, verkoop- en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid. De directe kosten zijn gebaseerd op kostenplaatsadministratie. De indirecte personeelskosten worden toegerekend op basis van inschatting van de werkzaamheden per functie. De overige indirecte kosten worden verdeeld op basis van verhouding van fte’s.

Bedragen x € 1.000

2019

2018

Lonen en salarissen

25.160

23.065

Uitzendkrachten, inleen etcetera

4.950

4.182

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

905

875

Juridische kosten

242

341

Huisvestingskosten

1.153

1.072

Automatiseringskosten

2.128

1.764

Advieskosten

1.979

1.581

Kantoorkosten

567

623

Vervoerskosten

989

977

Verhuurskosten

970

356

Overige algemene kosten

2.306

2.220

   

Administratie tarief servicekosten

-369

-410

Dekking huismeester

-800

-1.264

Dekking overig

-67

-106

Diverse opbrengsten

-1.289

-1.505

 

38.824

33.771

Organisatiekosten toegerekend aan:

Bedragen x € 1.000

2019

2018

Totale organisatiekosten

38.824

33.771

Af: toegerekende organisatiekosten verhuur en beheer

-18.303

-14.932

Af: toegerekende organisatiekosten onderhoud

-9.831

-8.005

Af: toegerekende organisatiekosten verkoop bestaand bezit

-1.256

-996

Af: toegerekende organisatiekosten leefbaarheid

-1.092

-868

Af: toegerekende organisatiekosten activering

-5.569

-6.433

Overige organisatiekosten

-2.773

-2.537

 

-

-

Personeelsbestand

Gedurende het boekjaar 2019 bedroeg het gemiddeld aantal werknemers (exclusief ingehuurd personeel) bij de toegelaten instelling 297 (2018: 287). In de dochtermaatschappijen waren er in 2019 gemiddeld 4 werkzaam (2018: 4). Deze werknemers waren allen in Nederland werkzaam (2018: idem). Deze personeelsomvang is als volgt onder te verdelen naar de verschillende functionele gebieden:

Gemiddeld aantal werknemers

2019

2018

Directie en staf

68

64

Financiën & Control

30

29

Wonen

156

152

Vastgoed

47

46

 

301

291

Lonen en salarissen

Bedragen x € 1.000

2019

2018

Salarissen

17.218

16.197

Sociale lasten

2.858

2.603

Pensioenen

2.692

2.557

Overige personeelskosten

2.392

1.708

 

25.160

23.065

Pensioenlasten

De medewerkers hebben een pensioenregeling die is ondergebracht bij SPW. Deze pensioenregeling betreft een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. Indexatie (aanpassing met prijsstijging) van de toegekende aanspraken en rechten vindt uitsluitend plaats indien en voor zover de middelen van het pensioenfonds daartoe ruimte laten en het pensioenfonds daartoe heeft besloten. Indien de omstandigheden bij het pensioenfonds daar aanleiding toe geven kan de directie besluiten tot het korten van aanspraken. De pensioenregeling wordt volgens de Pensioenwet gekarakteriseerd als uitkeringsovereenkomst.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen

  • De toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen) is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.

  • Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

Per 31 december 2019 bedroeg de geschatte dekkingsgraad van SPW 113,2%. Omdat de beleidsdekkingsgraad ultimo 2019 (evenals ultimo 2018) lager was dan de vereiste dekkingsgraad van 126,6% is er wel sprake van een reservetekort. Als de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds te laag is, moeten pensioenfondsen maatregelen treffen. Ultimo 2019 heeft SPW een reservetekort (idem ultimo 2018). Zolang er een reservetekort is, wordt door het pensioenfonds jaarlijks een herstelplan bij de toezichthouder ingediend waarmee wordt aangetoond hoe het pensioenfonds verwacht dat binnen tien jaar tijd de dekkingsgraad herstelt tot het niveau van de vereiste dekkingsgraad.